|
Home
Burmees
Burmilla
Bemiddeling
Clubcup
Links
|
|
|
|
|
|
|
- De geschiedenis
- Vroegere imports
- Groeiende populariteit
- Eigen Rasclub
- Burmezenpioniers
- Nederlandse primeurs
De Nederlandse geschiedenis van de Burmees begint rond 1963/1964. In deze periode komen de eerste Burmezen naar ons land. Eerst de bruine poes Kiang Kamina, gefokt door Mrs. E.M. King, gevolgd door de bruine kater CH Kevitor Brown Bery, gefokt door Mrs. M. Somers. De persoon die hen naar Nederland haalde was de heer H.C. Campen uit Den Haag, hij is dus met recht de Nederlandse Burmezenpionier. Op de stambomen van beide katten zijn in de eerste generaties nog oorspronkelijke Amerikaanse imports terug te vinden; CH Darshan Khudiram & CH Casa Gatos Darkee. Kamina en Brown Berry hebben samen een aantal nestjes gehad. Deze werden eerst geregistreerd bij Felikat, later bij een onafhankelijke vereniging. Hun stambomen waren als volgt:
Registered name of cat: Kiang Kamina
GCCF registration number: 122967
Number of breed: 27, Colour: brown, Sex: female, Date of Birth: 18-07-1963
Owner: H. Campen, Breeder: Mrs. E.M King |
Parents |
Grand Parents |
Great Grand Parents |
Sire
CH Darshan Khudiram |
Sire
Dbl. CH Regal Tarshan
Dam
Dbl. CH Casa Gatos Vanya |
Count Bruga
Dbl. CH Gerstdale’s Rani
Casa Gatos King Rea
Casa Gatos Sonlee |
Dam
CH Kiang Yashmin |
Sire
CH Sablesilk Bimbo
Dam
Helsby Malacca |
Casa Gatos da Foong
Chinki Yong Kassa
CH Casa Gatos Darkee
Sealcoat Lhotse |
Registered name of cat: CH Kevitor Brown Berry
GCCF registration number: 122770
Number of breed: 27, Colour: brown, Sex: male, Date of Birth: 07-06-1963
Owner: H. Campen, Breeder: Mrs. M. Somers |
Parents |
Grand Parents |
Great Grand Parents |
Sire
Sealcoat Ramashan |
Sire
CH Casa Gatos Darkee
Dam
Folly Tou Po |
So Wat of Forbidden City
Casa Gatos Sanyta
CH Folly Sabu
Yin II of Folly |
Dam
Kevitor Brown Velvet |
Sire
CH Casa Gatos Darkee
Dam
Helsby Mignon |
So Wat of Forbidden City
Casa Gatos Sanyta
CH Darshan Khudiram
Sealcoat Lhotse |
Andere vroege imports
In 1964 werd er een poes uit Zweden geïmporteerd; Mokka my Bella. In 1965 arriveerde Arboreal Jeela uit de UK, een bruine poes en kleindochter van de beroemde dekkater van Robine Pocock, Soondar Mooni. Uiteraard hebben deze Burmezen samen met Kiang Kamina en Brown Berry invloed op het Burmezenras gehad, aangezien ze tot de eersten in Nederland behoorden. De katten die aan het eind van de jaren ’60 werden geïmporteerd lijken echter invloedrijker te zijn geweest. In 1968 werden er diverse katten uit Engeland gehaald, waaronder: Ballard Bluebell (blauwe poes), Ballard Rudy (blauwe kater, zie foto van de heer Cees Adriaanse), Freefolk Hazel (bruine poes), Kernow Tara (bruine poes), Buskins Mi-Hling (bruine poes), Jongela Celia (bruine poes), Procul Hitachi (bruine kater) en Procul Thebaw (bruine kater).
De eerste in Nederland gefokte dekkater die bij Felikat werd geregistreerd komt uit een combinatie van deze imports. Freefolk Hazel en Ballard Rudy kregen samen Cinderella’s Dino, een bruine kater. Ballard Rudy was zelf de eerste officieel geregistreerde kater op de dekkaterlijst van Felikat. De imports bleven doorgaan, in 1969 werd er bijvoorbeeld een bruine kater uit Amerika geïmporteerd door de familie Verhey: Pallady’s Sir Sir.
Halverwege de zestiger jaren fokten de paar Burmezenfokkers nog voornamelijk bruine Burmezen. Er was echter binnen de onafhankelijke verenigingen iemand die gespecialiseerd was in de kleur blauw. Dit was de heer van der Spek. Hij was in het bezit van de blauwe kater Ballard Raba en de blauwe poes Kanghe Kabadi, beiden geïmporteerd uit Engeland. Hij heeft echter niet veel gefokt, want er zijn geen Burmees nakomelingen terug te vinden van zijn katten. Uiteraard nam het aantal blauwe Burmezen na de imports van Ballard Bluebell en Ballard Rudy in 1968 snel toe.
Er werden in de beginjaren ook een aantal katten uit Denemarken gehaald, met name bij de Thamakan cattery van Birgit Nehammer vandaan. In Denemarken was men wat eerder begonnen met het fokken van Burmezen dan bij ons, deze lijnen waren echter ook Engels net zoals de Nederlandse lijnen grotendeels waren.
Ook in de jaren ’70 (en ’80) werden er een behoorlijk aantal Burmezen uit de UK geïmporteerd, waarvan er enkele een belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de Burmees in Nederland. De catteries die in die tijd katten exporteerden vanuit Engeland naar Nederland waren onder andere Arolan, Indianqueen, Javeno, Kalos, Kanzan, Kupro, Merrymew, Ramree, Silverseal, Sittang, Tangopaws en Vintage. Importkatten die in die tijd veel werden gebruikt waren Kanzan Cream Avocado (crème), Kalos Blue Kedros (blauw), Merrymew Aquarius (rood), Red Mark (rood), Indianqueen Blue Crystal (blauw), Kayserling Klara (bruin) en later Vintage Sand Sultan (chocolate). Zij komen voor in vele stambomen.
Groeiende populariteit
De Burmees kreeg in Nederland grotere bekendheid in de jaren ’70. De eerste publicatie over de Burmees is voor zover wij kunnen achterhalen een verhaal van Hetty van Winsen in het decembernummer van Felikat in 1967, gevolgd door artikelen van diverse auteurs in Felikat’s van o.a. 1968, 1970, 1973 en 1975. Op de cover van de Felikat van april 1971 is een bruin Burmees kitten te bewonderen, gefotografeerd door de heer Cees Adriaanse. Hij fotografeerde jarenlang op vrijwillige basis katten voor Felikat, ook bij mensen thuis. Ook de cover van het augustusnummer van Felikat in 1975 wordt gesierd door een Burmees, de bruin-tortie poes Tina vom Ittertal uit Duitsland. Binnen een aantal jaar nam de populariteit van de Burmees snel toe. Zeven jaar na publicatie van het eerste verhaal waren er zo’n 100 geregistreerde Burmezen in Nederland in diverse kleuren. Dit aantal nam daarna snel toe.
De stijgende populariteit rond het midden van de jaren ’70 was binnen Felikat ook te zien op de dekkaterlijst en het aantal Burmezen op shows. Tekenend is bijvoorbeeld dat er in 1969-1971 maar één Burmees op de dekkaterlijst van Felikat te vinden was (Ballard Rudy), terwijl dit er in april 1975 zes waren; 3 bruine katers, 2 blauwe (waaronder nog steeds Rudy) en 1 crème.
In het Felikat Magazine van juni 1970 staan de topkatten van 1969. Op deze lijst prijken slechts twee Burmezen, namelijk Ballard Bluebell en Freefolk Hazel die beiden Internationaal Kampioen werden. In de jaren die volgden nam het aantal topkatten onder de Burmezen gestaag toe. Je zag in de beginjaren logischerwijs dezelfde namen op shows opduiken. Er waren in die tijd veel minder shows dan nu. Dit had ook te maken met het feit dat de automatisering nog in de kinderschoenen stond en alles met de hand moest gebeuren. Daarom reisden mensen vaak behoorlijke afstanden om toch regelmatig aan een show deel te kunnen nemen. Dit zorgde ervoor dat er naast de vaste Nederlandse exposanten regelmatig exposanten uit landen als Duitsland, Frankrijk en Denemarken aanwezig waren op de shows. De geshowde katten stamden veelal van dezelfde lijnen af, omdat er toen zo weinig beschikbare dekkaters waren.
Samenwerking was in die tijd essentieel, omdat het ras al zo klein was. Gelukkig waren er een aantal fokkers die goed samenwerkten, ook met bijvoorbeeld Duitse fokkers, en zo mooie lijnen hebben kunnen ontwikkelen. Bovendien zorgen eerder genoemde imports medio jaren ’70 voor nieuwe lijnen in ons land. Eind jaren ’60, begin jaren ’70, zag je in Nederland eigenlijk bijna alleen nog maar bruine en blauwe Burmezen. Pas later, mede door de imports, ontwikkelden de nieuwe kleuren zich en kregen deze varianten populariteit.
In Felikat Magazine van februari 1975 staan 3 nestaankondigingen van Burmees kittens. Ook een teken dat het ras in opkomst is, want vijf jaar eerder stond er met geluk 1 nest aangekondigd. Het gaat om:
- Cattery ‘De Meteoropolis’ van mevrouw Bussink (5 bruine Burmezen geboren op 1 november 1974 uit Kalos Philomela door Falstaff af Thamakan)
- Cattery ‘van Sirimyrhana’ van Erna Duyne (5 kittens geboren op 13 januari 1975 uit de bruine poes Zwenny van Casa de Fieras door de crème kater Gemmy af Thamakan)
- Cattery ‘Mingaladon’ van mevrouw G.E. Verbrugge uit Amsterdam (3 bruine Burmeesjes uit de bruine poes Astrud van Marantish en de blauwe vader Belcanto La Favorita)
Tijd voor een eigen rasclub
Eind jaren ’70 was de groep Burmezenfokkers dermate groot, dat gedacht werd aan een rasclub. Er was al eerder een oproep hiertoe geplaatst in een Felikat magazine van 1973, maar de tijd was er toen nog niet rijp voor. Maar in mei 1981 werd de rasclub dan eindelijk een feit: BurmezenClub “27” werd opgericht met bijbehorend orgaan Club “27”, genoemd naar de EMS-code van het Burmezenras in die tijd: 27.
De Burmezenpioniers in de beginjaren
Aangezien het ras nog vrij klein was in de beginperiode, waren er niet veel fokkers binnen Felikat actief met het Burmezenras. Hieronder een aantal Burmezenpioniers van het eerste uur:
- De heer Campen – geen catterynaam
Zoals eerder te lezen was, haalde de heer Campen de eerste Burmezen naar Nederland. Hij hield zich echter niet alleen met katten bezig, hij hield ook chimpansees. De heer Campen voerde intelligentietesten uit bij deze dieren. Als je bij hem thuis kwam en de katten wilde bekijken, moest je eerst langs de apenverblijven. Zij waren wel geïnteresseerd in bezoek en strekten hun harige armen uit naar iedereen die langskwam! Volgens de verhalen zijn er dan ook maar weinig mensen geweest die het aandurfden om tot de Burmezen te komen. Eén van hen was Mevrouw F. Kok-van der Ven. Zij liet haar Siamees poes Tjoe dekken door Kevitor Brown Berry. Het resultaat was een nest mooie Tonkanezen, waarmee zij verder fokte. Na kruisingen onderling kreeg ze weer Burmezen. Mevrouw Kok Ven was eind jaren ’60/begin jaren ’70 veel op shows aanwezig en heeft veel moeite gedaan om de Tonkanees te laten erkennen als ras. Twee anderen die de apen trotseerden waren Ben en Dien de Kok van cattery d’Ekster. Zij waren door mw. Kok bij de heer Campen geïntroduceerd en mochten als één van de weinigen een Burmees van hem kopen. Ben de Kok vertelt als volgt over dit bezoek: “Ik voel nog de pijn van de hand van één van de apen om mijn arm, net een nijptang, toen ik door dat smalle gangetje langs de apen probeerde te komen naar de katten”. Zij kochten in 1972 Sheba Brown, een bruine kater die enige tijd bij hen ter dekking is geweest. De kater bleek echter een wit vlekje op zijn borst te hebben, waardoor de interesse voor hem niet zo groot was. Er waren in die tijd al katten zonder wit. Sheba Brown is toen verhuisd naar cattery Iranzo van Mevrouw J. Latorre. Hier heeft hij nog voor een aantal nakomelingen gezorgd, totdat zij wegens familieomstandigheden moest stoppen met fokken. De heer Campen had geen catterynaam, iets dat in die tijd nog niet verplicht was. De katten werden gewoon op hun eigen naam geregistreerd, zonder bijbehorende naam van de cattery. Op een gegeven moment kwamen hier wel regels voor. Bij Felikat ging met rond 1968 over tot het registeren van catteries onder één letter, beginnende bij de A. Alle nesten van mensen die geen catterynaam hadden werden onder deze letter geregistreerd. Bij de onafhankelijken werd registratie van de cattery verplicht om stambomen aan te kunnen vragen. Al deze catteries werden geregistreerd bij de Centrale Cattery Registratie, ook bekend als de CCR (1974).
- Mevrouw Verhey – cattery Chateau Blanc
Mevrouw M.C. Verhey-de Hoog van cattery Chateau Blanc woonde op een woonboot in Den Haag. Ze was van oorsprong een Perzenfokster, maar startte vanaf 1965 ook met het fokken van de Burmees. In die periode beperkten de meeste fokkers zich tot het fokken en showen van de ‘klassieke kleuren’, maar zij had een voorliefde voor iets bijzonders. Bij de Perzen werkte ze als één van de eersten met colourpoints, silver tabbies en particolours, voor die tijd vrij revolutionair. Ze importeerde regelmatig katten uit Amerika en Engeland, wat in die tijd toch een hele onderneming was. Naast de Perzen had cattery Chateau Blanc ook Burmezen die op naam stonden van de heer P. Verhey. De familie Verhey heeft halverwege de jaren ‘60 een aantal bruine Burmezen uit Engeland geimporteerd: de poezen Arboreal Jeela, Jongela Celia, Kathoodu Kaldanora en Magamba Artemis, en de katers Procul Hitachi en Procul Thebaw. Ook op hun stambomen zijn de originale Amerikaanse importen nog terug te vinden, net als bij de eerste Burmezen in Nederland die rond 1963/1964 aankwamen (Casa Gatos da Foong, Casa Gatos Darkee, etc.). Vooral de poes IC Jongelia Celia heeft veel nakomelingen gekregen. Samen met CH Procul Hitachi kreeg ze bijvoorbeeld GIC Godomar Aseano van Chateau Blanc, een blauwe kater die jarenlang dekkater is geweest bij cattery Alice’s van mevrouw A. Alfenaar-Bosman. De familie Verhey had de primeur van rode, crème en tortie Burmezen in Nederland. De heer en mevrouw Verhey hebben door de relatief grote hoeveelheid importen en nesten die zij gefokt hebben een grote bijdrage geleverd aan de Burmees binnen de onafhankelijke verenigingen in Nederland. Op ontelbare stambomen van Burmezen in binnen- en buitenland is wel de naam Chateau Blanc terug te vinden, als je maar ver genoeg teruggaat in de lijnen.
- Ans van der Sluys – Haguewood Cattery
Ans van der Sluys was de persoon die eind jaren ‘60 o.a. Ballard Bluebell en Ballard Rudy naar Nederland haalde. Hier had ze een primeur mee, omdat Rudy de eerste officieel geregistreerde Felikat dekkater was. Uit de combinatie Bluebell en Rudy werden diverse kittens geboren, waaronder 3 blauwe kittens op 25 april 1971. Dit is het nest waar de blauwe dekkater Haguewood Homerun uit kwam. Rond 1972 vermeldde de catteryadvertentie van Ans v/d Sluys vier dekkaters: Montanha Blue Enterprise (in het bezit van mevrouw Krüger, een Duitse fokster waar ze mee samenwerkte), IC Ballard Rudy, Haguewood’s Homerun en de jonge rode kater Firecrest, zoon van Rudy en een tortie poes.
- Ger Radius – Cattery ‘Achter de Bongerd’
Ger Radius uit Twello fokte naast Burmezen ook Siamezen en Devon Rexen. Zij importeerde eind jaren ‘60 de bruine poes La-Sun Hotchpotch (zie foto) uit Engeland van fokster Dorothy Silkstone. Hotch Potch kreeg in 1970 haar eerste nest, twee bruine kittens. Hiermee begon ook Ger’s bijdrage aan het Burmezenras. Ook importeerde Ger Radius rond 1972 de eerste crème poes binnen Felikat: Pussinboots Zakremi van de bekende Engelse fokster Robine Pocock.
- G.P. Bussink – Cattery ‘de Meteoropolis’
Ook mevrouw Bussink was sinds eind jaren ’60 betrokken bij het Burmezenras in Nederland. Zij was in het bezit van de eerste geregistreerde dekkater van Nederlandse bodem: Cinderella’s Dino. Ook fokte zij met Freefolk Hazel, een lief bruin poesje en één van de imports uit de UK van eind jaren ’60. Zij werd in eerste instantie geïmporteerd door mevrouw Vloemans uit Vlaardingen en was ook een fokpoes binnen haar Cinderella’s cattery, maar aangezien zij later nakomelingen kreeg bij cattery van de Meteoropolis en geshowd werd door mevrouw Bussink lijkt het erop dat Hazel is overgenomen door haar.
- Mevrouw Beintema – Cattery ‘van Maracanda’
Cattery van Maracanda van mevrouw Beintema uit Heerhugowaard, had rond 1975 twee Burmees dekkaters. De eerste was Gemmy af Thamakan, een crème import uit Denemarken die werd geboren op 8 juli 1973. Gemmy werd veel gebruikt en is de vader van de eerste tortie kittens binnen Felikat. Gemmy was een kind van Belcanto Artaxerxes en Bosinver Wah Wah. In de catteryadvertentie van 1975 van cattery Maracanda is te lezen dat Gemmy op dat moment al drie keer Best Burmees op een show was geworden. Mevrouw Beintema had tevens de kater Belcanto Papageno, een bruine import uit de UK die chocolate en blauw droeg. Ook importeerde zij uit Engeland Kupro Cream Melissa, geboren in maart 1974. Van dezelfde cattery had mevrouw Beintema nog een andere import, de bruine poes Kupro Brown Simone, geboren in 1975.
- Dien de Kok - Cattery van d’Ekster
Dien de Kok fokt sinds 1970 en is sinds die tijd lid van Neocat. Dien had oorspronkelijk alleen huiskatten. Tot zij in een kattenboek een foto zag van een Burmees, ze was direct verkocht. Zo'n poes moest en zou zij ook hebben! Dit was in 1969. Pas na een jaar zoeken lukte het om een Burmees poes te bemachtigen: de bruine poes Minoeska van Sans Souci, dochter van de US import Pallady’s Sir Sir. Minoeska kreeg een nestje, en na dat eerste nestje volgden er meer. Ze werd de stammoeder van cattery van d'Ekster, een cattery die nog steeds mooie Burmezen fokt die het goed doen op Nederlandse en internationale kattenshows. Op de foto zie je Pasjah van d’Ekster, een dochter van Minoeska en de kater Kayoran van Sonnenburg.
Afgezien van de "klassieke" kleuren, heeft Dien ook hard gewerkt om de voor die tijd nieuwe kleuren in Nederland populair te krijgen. Zo had zij de crème Burmees kater GIC Marcel af Thamakan (Deense import), de vader van veel rode, crème, en tortie Burmezen bij de onafhankelijken. Verder werkte zij, samen met cattery Kallistra, aan de totstandkoming van de cinnamon Burmees in Nederland. De eerste in Nederland geregistreerde cinnamon Burmezen, Bunny en Burdie van d'Ekster, zijn door haar gefokt.
In de jaren ’70 breidde het aantal fokkers zich snel uit. Andere namen uit die tijd waren:
- Cattery van Sirimyrhana van Erna Duijne, gestart in 1971. Haar 1e fokpoes was Zwenny van Casa de Fieras (roepnaam Myra). Erna is nog steeds actief in de Burmezenwereld en de langst actieve Burmezenfokker binnen Felikat.
- Cattery van Marantish van J. Hoeksema-Lowie, gestart in 1972. Zij hadden de kat Buskins Mi-Ling in het bezit.
- Cattery Bibicat van mw. F. Versloot-van Rossem, gestart in 1972.
- Cattery Kallistra van in die tijd Margaret en Eddy Davelaar, gestart in 1972, aangesloten bij een onafhankelijke vereniging.
- Cattery Lokapala van Ans en Ton van Melis, gestart in 1974. Zij importeerden onder andere de poes Planetjade Amberine uit de UK. Een aantal door hen gefokte katers zijn actief geweest als dekkater en hebben daarmee een bijdrage geleverd aan de Burmees in Nederland.
- Cattery Crijohcat van Chris Timmers en John Castelein, veel van de door hun gefokte katten zijn gebruikt voor de fok, waardoor hun lijnen nog terug te vinden zijn bij diverse catteries van nu.
- Cattery Mingaladon, van G.E. Verbrugge.
- Cattery van Geldria, van W. van Gelderop, korte tijd actief in die periode.
- Cattery Casa de Fieras
- Cattery Feeus, van Hans te Boekhorst en Theo van Wely
Nederlandse primeurs in Burmezenland in de beginjaren
- De show in Den Haag in 1972 had een primeur. Daar was voor het eerst een chocolate Burmees te bewonderen, namelijk de choc poes Ramree Elodia, gefokt door Mrs. E. J. Caldicott. Deze kat was van Philine de Koning uit Amsterdam van cattery Sandhorst. Op 21 april 1973 arriveert in dezelfde cattery het eerste lilac Burmeesje op het Europese continent: Ramree Simcha Ktana, ook gefokt door Mrs. E.J. Caldicott uit Londen. Ze werd geboren op 3 februari 1973 uit Ramree Mawar (27b) en Si-Mon's Aybo Budda (27b).
- De eerste crème Burmees die de titel Internationaal Kampioen mag voeren binnen de Fife is Gemmy af Thamakan, gefokt door Birgit Nehammer en in het bezit van mevrouw G.E. Beintema-Wixwat.
- Zoals in meer grote catteries, gebeurde er bij cattery Chateau Blanc halverwege jaren ’60 een ‘ongelukje’. En als je twee verschillende rassen fokt, zoals zij Perzen en Burmezen fokten, kun je nog wel eens voor verassingen komen te staan. Zo kreeg bruine poes Arboreal Jeela eens een nest van de crème Pers Harpur Valentino. Eén van de poezen, Lucky Star van Chateau Blanc, werd aangehouden als fokpoes en geshowd als Europees Korthaar Schildpad. Ze kreeg een nest van de bruine Burmees kater Procul Hitachi en daaruit werd onder andere geboren d’Rode Pimpernel van Chateau Blanc: eigenlijk de eerste rode Burmees in Nederland! Wie dacht ook weer dat men in Engeland de eerste was met het fokken van rode Burmezen?! Er werd met deze kat doorgefokt, waarna er uit diverse combinaties tortie, rode en crème Burmezen werden geboren. Eén van de tortie Burmezen was bijvoorbeeld bruin-tortie poes Polara van Chateau Blanc, geboren op 25 november 1967. Deze nieuwe kleuren sloegen destijds echter niet aan.
- Ger Radius importeerde rond 1972 de eerste crème poes binnen Felikat: Pussinboots Zakremi van fokster Robine Pocock uit de UK. Tegelijk met Kremi, zoals Ger Radius haar crème poes noemde, importeerde dhr. B.K. van der Boor de crème kater Anandawin Suruman van een andere Engelse fokster, mevrouw A.R. Windrow. Een maand na aankomst in Nederland werd Kremi op een show in België ‘Best in Show Kitten Korthaar’. Dit was belangrijk voor het Burmezenras, omdat de Burmees het de eerste jaren op het vaste land van Europa moeilijk had om populariteit te verkrijgen. Sowieso behaalde Zakremi goede showresultaten, zoals Beste Burmees in Den Haag. Op 24 juni 1973 werd Kremi voor het eerst moeder en dit was een bijzonder nest. Uit de combinatie van deze twee eerste crème imports, Pussinboots Zakremi en Anandawin Suruman, werd het eerste nest crème Burmezen op het continent in Fifé verband geboren. Met deze vijf kittens had Nederland dus een primeur.
- Shanti van Sirimyrhana, een bruin-tortie poes geboren in 1975, was de eerste binnen Felikat geboren en geregistreerde tortie in Nederland. Omdat torties in die tijd nog geen CAC status hadden, kon zij op shows nog niet voor een titel gaan.
- IC Kallistra Penelope, een bruin tortie poes, werd de eerste Internationaal Kampioen tortie poes in Nederland. Op de naastgelegen foto uit 1977 zie je haar.
- Siwan en Selinda van Sirimyrhana, blauw-tortie poesjes, werden de eerste torties die de titel Internationaal Kampioen behaalden binnen Felikat. Dit gebeurde niet lang nadat torties CAC status kregen.
Er is veel veranderd in Burmezenland. Het ras is enorm gegroeid sinds de beginjaren, al heeft het wel golfbewegingen gekend. Halverwege de jaren ’70 had de populariteit een piek. In die periode zaten er al snel zo’n 25 Burmezen op een show. Vanaf de jaren ’80 werd dit minder en rond het millenium bleek de de populariteit juist weer te stijgen. Op dit moment zitten we echter weer in een neergaande spiraal en zijn er relatief weinig actieve Burmezenfokkers en showers.
De Burmees is door de jaren heen wel veranderd, maar altijd bij haar oorspong gebleven. Sommige rassen lijken in niets meer op hun voorouders van 30 jaar geleden. De Burmees wel, van Wong Mau tot de Burmezen van nu: ze zijn zichtbaar verwant en gelukkig maar, want er is niet voor niets zoiets als een rasstandaard. Maar uiteraard heeft het ras wel wat ontwikkelingen doorgemaakt. Eén van de doelen van het fokken is – naast het streven naar een zo gezond mogelijk ras - om het type van het ras te verbeteren en de rasstandaard zo dicht mogelijk te benaderen. De Burmezen zijn tegenwoordig wat ronder dan vroeger, de oogkleur is in de laatste jaren verbeterd, de oorstand is wat mooier en de neusjes zijn over het gehele ras bekeken korter (niet meer het smalle langere type). Zolang het niet doorschiet richting het hele korte ronde Amerikaanse type of een type dat meer doet denken aan een Britse Korthaar, zal de Burmees een ras blijven dat dicht bij haar oorsprong blijft. En hopelijk zal ‘mijn opvolger’ die over ruim 30 jaar opnieuw de geschiedenis van het Burmezenras in Nederland induikt ook denken: ‘de Burmees is niet veel veranderd en haar oorsprong trouw gebleven!’.
Talitha Dirkzwager
Met dank aan Hetty van Winsen, Erna Duijne en Margaret Henderson voor hun hulp bij het schrijven van dit artikel!
|
|
|
|
|
|
|
|
|